Tante Suus: Sonar, deel 2
[lees hier deel 1] Na een heftige eerste Sonarnacht weet ik me toch uit bed te rollen om naar het Nederlands elftal te gaan kijken. In een lunchcafé om de hoek zie ik hoe onze jongens zich effectief langs Japan werken, terwijl twee van mijn vrienden een cholesterolrijk ontbijt wegwerken. We besluiten al snel dat we het dagprogramma van Sonar vandaag laten voor wat het is. Liever slenteren we langs het strand en hangen we in een barretje, met een glas wijn en wat tapas erbij.
De groep wordt langzaam steeds groter: ook Rolling Stone-journalist Jonathan en zijn vriendin Amanda hebben zich ondertussen bij ons gevoegd. We praten over de verschillen tussen festivals in Europa en Amerika, en maken stiekem plannetjes om volgend jaar misschien naar Coachella of Burning Man te gaan. Maar eerst hebben we nog een nacht in Barcelona te gaan. Vanwege mijn gehaaste vertrek vanmorgen loop ik nog steeds in mijn pyjama, wat wel een lekker festivalgevoel oplevert, maar ik besluit me nog even op te frissen in het appartement. We doen nog even een powernap en alles gaat vandaag toch wat langzamer, dus missen we het begin van het programma.

Roxy Music, Dizzee Rascal en Jonsi laten we dus aan ons voorbij gaan. Maar zo gaat het op een festival: je kunt nooit alles zien. De grootste namen van vanavond zijn de Chemical Brothers. De Spanjaarden zijn dol op ze en ook mijn Engelse vrienden hebben deze heren hoog zitten, maar hun optreden weet niet te overtuigen. Eerst spelen ze hun hele nieuwe album Further, dat is een stuk minder feestelijk en dansbaar dan hun oude hits. Die beelden die ze erbij laten zien, zien er overigens wel mooi uit. Vervolgens is het tien minuten stil, blijkbaar omdat er iets omgebouwd moet worden. Dan knalt ‘Hey boy, hey girl’ erin en volgt een half uurtje van de grote hits. Ik ben dan al een paar keer naar de bar geweest en kan de groep niet meer vinden in de springende massa. Samen met een van mijn nieuwe festivalvrienden besluit ik maar eens een rondje te gaan lopen en kijken onder andere even bij Eclair Fifi in Sonar Lab, die schaamteloos cheesy plaatjes staat te draaien, alsof hij in de Starlight in Nijkerk staat. Het publiek ziet de lol er wel van in. Uiteindelijk komen we weer in Sonar Pub terecht. Daar is de Spanjaard Nacho Marco bezig met een stuk interessanter werk. Als de hemel alweer lichter wordt, roept de Spanjaard naast mij om de afsluiter op dit podium: ‘Venga, dj ‘ell!’ Dj Hell, de oude Duitser, doet wat er van hem gevraagd wordt en geeft de beste set van de avond weg. De voetjes doen pijn, maar we geven nog een keer alles en dansen zo hard dat omstanders hun camera erbij pakken om ons internationale staaltje uit-je-dak-gaan te filmen.
De zon staat alweer hoog aan de hemel als we de pendelbus naar de haven uit komen. Nog even chillen aan het water, en dan pakken we nog een paar uurtjes slaap voordat we ons appartement uit moeten. Op zondag brakken we nog wat uit op het strand, tot ik het vliegtuig terug naar Amsterdam pak.

Sonar is een festival voor de echte dansliefhebber. Het nachtprogramma biedt weinig opsmuk, maar wel een mooie combinatie van grote namen en nieuw te ontdekken favorietjes. Bovendien is de organisatie netjes: weinig rijen voor de toiletten, soepele barservice en zelfs een stand waar je je drugs kunt laten testen. Er heerst een superrelaxte sfeer, het randprogramma is spannend. En dat alles in die heerlijke stad Barcelona. Als je aan het begin van dit verslag nog niet overtuigd was dat je een keertje naar Sonar wil, ben je het nu vast wel.













