Tante Suus: En we noemen hem…
Langzaam begint het: ik heb geboortekaartjes in mijn brievenbus gevonden en de eerste officiële kraamvisite is volbracht (gelukkig was er wijn). Maar ik zit nog lang niet middenin een babyboom en opborrelende moedergevoelens zijn mij totaal vreemd. Er is eigenlijk maar één ding waar ik over nadenk als het om kinderen gaat. Hoe heten ze?
Familieberichten in de krant lees ik alleen om te kijken wat voor naam er aan de nieuwe wereldburgers is gegeven. Het jaarlijkse lijstje van de Sociale Verzekeringsbank kan ik urenlang bekijken. Alle verhalen van mijn kennisje dat op een kinderdagverblijf werkt vind ik saai, behalve als ze vertelt dat ze zorg draagt over maar liefst drie Oliviers. Toen ik drie jaar was en een zusje zou krijgen, hoopte ik vurig dat mijn ouders haar Ingeborg zouden noemen. Goddank namen ze geen advies aan van een peuter.
Het zegt nogal wat over iemand namelijk, de voornaam. Wordt het er eentje uit de top tien? Dat duidt op degelijke ouders met weinig fantasie. Kind vernoemd naar een voetballer of popster, of heeft het een Amerikaanse gettoklank? Ordinair. Is het een ouderwetse Hollandse naam geworden? Kouwe kak. Zijn de verse ouders creatief geweest met planten, natuurverschijnselen of dieren? Genant.
Nee, je doet het niet snel goed in mijn voornamenboekje. Een collega die ik hoog heb zitten qua smaakniveau, heeft met dochter Lotus toch een ernstige steek laten vallen. En de hockeybal die zijn zoon Melvin Rodney Stacey noemde – voor de grap!- verdient minstens een jaar in de Bijlmerbajes. Nu denk je misschien dat ik al jaren weet hoe mijn kinderen gaan heten, maar dat is niet zo. Maar mocht ik ooit een baby krijgen, dan krijgt hij of zij een originele, maar niet vergezochte, bij de achternaam passende, internationaal aanvaardbare, zowel voor een kind als een volwassene toepasbare, makkelijk uit te spreken en te spellen, maar toch ontzettend rock-‘n-rolle naam. Gelukkig hoef ik voorlopig niet te kiezen.
Je Moeder leest ook
-
Sille













