Tante Suus: De man en zijn worst
Ik had eens een vriendje dat zo lang over merquezworstjes kon praten dat ik ging twijfelen aan zijn geaardheid. Een ander kon je bijna niet gelukkiger maken dan met gekruide kippenpoten uit de oven. Er bestaan mannen die vegetariër zijn. Maar de meeste die ik ken zijn na een paar vleesloze jaren onder invloed van een vriendinnetje of principes, weer toegewijde carnivoren geworden.
Het barbecueseizoen is in volle gang, een mooi moment om ons eens over het onderwerp ‘mannen en vlees’ te buigen. Sowieso kan ik genieten van mannelijk enthousiasme over eten. Ik heb een hekel aan vrouwen die geen stuk kaas of bitterbal in hun mond kunnen steken zonder te verzuchten: ‘heerlijk, maar hier wordt ik natuurlijk wel moddervet van.’ Een man eet met smaak, of laat het staan. En mocht een gesprek stilvallen, dan is de etenskaart altijd een goede joker. Talloze recepten voor paella, samenstellingen van ossenworst en optimale structuren van geitenkaas heb ik glimlachend moeten aanhoren. Ik vind het dan ook geen wonder dat de meeste culinaire recensenten mannen zijn. Dit soort ongebreidelde passie over voedsel vind je zelden bij vrouwen, die vaak stiekem denken dat ze eigenlijk aan een groene salade of een glaasje grapefruitsap zouden moeten zitten, in plaats van het onbeperkte spareribbuffet. Dan blijft er weinig te genieten over.
Zelf ben ik een echte dame en dus niet zo’n vleeseter. Met een beetje goede wil (en aanstellerij) zou ik mij zelfs best flexvegetariër kunnen noemen. Niet dat ik vlees eten zielig vind, dat is hypocriet. Maar een lapje dood dier hoef ik gewoon niet zo nodig dagelijks te verorberen. Ik kom wel aan mijn vleestax door mannen smakelijk te horen praten over en smullen van vlees. Wel eerst je mond leegeten.

Je Moeder leest ook
-
marleen
-
arnout













